Thema:

Ridder van Ranstlei

De geschiedenis van dit adellijk geslacht loopt samen met de geschiedenis van het kasteel Cantecroy. Wouter Berthout IV erfde van zijn vader Wouter III de heerlijkheid Cantecroy en nam de naam van Ranst aan. Zijn zoon, Jan I van Ranst, breidde in 1382 het machtsgebied der heren van Cantecroy uit over Mortsel, Edegem, Boechout, Hove, Vremde en Millegem (Ranst). Hij werd opgevolgd door zijn broer Costen, een der machtigste leenmannen van Brabant. Costen en zijn echtgenote, Joanna van Brabant, werden in hun grafkelder in de Sint-Benedictuskerk begraven.
Na hem volgde in het begin van de 15de eeuw zijn oudste zoon Jan II als heer van Cantecroy, Mortsel, Edegem, Hauthain-le-Val, ter Stijpen, Luithagen enz. en in 1443 diens zoon Jan III. Wanneer Jan III in 1476 echter kinderloos overleed, deden niet minder dan acht erfgenamen hun rechten op de rijke nalatenschap van ridder Jan van Ranst gelden.

Twee heren zullen zich tegelijkertijd heer van Cantecroy heten: Jan IV van Ranst en Hendrik van Ranst. Jan IV, bijgenaamd de Machtige, werd van 1435 tot 1477 zesmaal binnenburgemeester en evenveel keer buitenburgemeester van Antwerpen. Onder het bewind van keizer Maximiliaan van Oostenrijk werd hij in 1480 tot markgraaf van het land van Rijen benoemd en later tot zijn geheim kamerheer. In 1494 liet hij in de Luithagen een kapel bouwen toegewijd aan de heilige Anna. Later zou deze kapel uitgroeien tot het klooster van Sint-Annendael. Hij werd er, na zijn dood in 1503, begraven. Ook zijn tweede echtgenote, Agnes van Heysvelt, overleden in 1498, vond er haar laatste rustplaats. Jan IV werd opgevolgd door zijn neef Jan V en vervolgens door diens dochter Joanna van Ranst.

Zij verkocht in 1548 haar aandeel in het goed aan Hendrik de Pontaillier, die reeds gedeeltelijk bezitter was van Cantecroy. Hiermee kwam een einde aan het geslacht Van Ranst' als heren van Cantecroy, Mortsel, Ede- gem enz. Na het overlijden in 1505 van Hendrik van Ranst, erfde zijn dochter Hendrika zijn deel van Cantecroy. Wanneer zij in 1526 kinderloos overleed, vervielen haar goederen aan haar zuster Adriana, gehuwd met ridder Jan van Hoorn. Ook Hendrika werd in de kapel van het klooster van Sint-Annendael begraven.

Het wapenschild van de van Ransten was: van zilver, drie palen van keel, een vrijkwartier van sabel beladen met een leeuw van goud.

Ridder van Ranstlei in 1999.
In het midden van de 20ste eeuw.
Ridder van Ranstlei ter hoogte van de Sint-Annalei. Op de oude prentkaart verkeerdelijk vermeld als Ridder van Praetlei.