Thema:

Fortstraat

Wanneer op 8 september 1859 beslist werd de omwalling van Keizer Karei (1542) te slopen en te vervangen door het ontwerp van kapitein Henri Brialmont, zijnde een gordel van acht forten, gemiddeld 7,5 kilometer van de kathedraal, op 3 tot 4,5 kilometer van de nieuwe omwalling en op 2 kilometer van elkaar, had dit ook zeer grote gevolgen voor Mortsel. 66 Percelen, eigendom van elf eigenaars, werden onteigend en binnen een straal van 585 meter mochten geen stenen huizen of muren opgetrokken of gebouwd worden, enkel hutten of kleine houten huizen. De gemeente speelde een grote rol in de strijd tegen deze krijgsdienstbaarheden, een strijd die duurde tot 1870. Tussen 1860 en 1864 werd er door duizenden burgers en soldaten aan het fort gebouwd.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de buitenste fortengordel (1 tot 8) niet langer aangewend voor de verdediging en werd Fort IV omgevormd tot een depot voor zware artillerie.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het een andere logistieke functie. Met de aanleg van het fort verdwenen ook twee straten, de Groenstraet en de Waesdonckschenvoetweg (voorheen ook wel Leijde van Cantecroij genoemd). De Fortstraat is reeds naamloos aangeduid op een kaart van 1867, op een andere kaart van 1932 wordt ze Rondweg genoemd.

Bron: Mortselse Stratenboek, Mortselse Heemkundige Kring

Fortstraat. Reeds vroeg werden de eerste magazijnen gebouwd achter het reduit van Fort IV.
De reduit-ingang voor 1914.
De droge gracht en de stallen.
In 1873 kreeg Norbertus Spetebroot, conducteur der Artillerie, toestemming om op de hoek van de straat met de Krijgsbaan een huis te bouwen, later de soldatenherberg Café du Repos. Een andere bron vermeldt de opening van het café reeds in 1860.